zeventig

zeventig

Het was een dag als alle andere, zo’n dag waarop alles anders werd. Ruim veertig jaar geleden leerde ik hem kennen. Hij was bijna dertig, ik nog geen zestien. We wisten nog maar weinig zeker, al pretendeerden we bijna dagelijks het tegenovergestelde. In de decennia daarna maakten we het nodige mee. Hij iets meer dan ik. Veranderen deden we niet. Of nauwelijks. Maar ik iets meer dan hij. De rest van de wereld had het niet zo in de gaten, maar toen ik voor het eerst van hem hoorde, viel me op dat hij het alleen tegen mij had. Jaren later niet meer, zelfs niet toen ik met hem praatte en hem in de ogen kon kijken. Het was niet erg, alles wat er werkelijk toe deed had ik al lang daarvoor van hem gehoord. Sombere mannen zijn we. Hij en ik. Maar in het voorjaar van 1979 had ik daar nog geen idee van. Ik merkte het pas later. Eerst bij mijzelf, daarna bij hem. Inmiddels hebben we het aan de ketting gelegd, die verduisterde manier van naar de wereld kijken. Zo goed mogelijk, zo lang als het duurt. Talent helpt. Bewondering ook. Succes. Geluk. Geld. Een mooie vrouw. Wilskracht. We hebben het allebei, zij het niet in dezelfde mate. Het is een verjaardag als alle andere, zo’n dag waarop alles anders...
ruud

ruud

In de apocalyptisch warme nazomers van de eenentwintigste eeuw kunnen we het ons al nauwelijks meer voorstellen, maar nog niet zo lang geleden was het normaal dat het in het najaar koud en kletsnat was. In 1994 bijvoorbeeld regende het op de veertiende september van ‘s morgens vroeg tot ‘s avonds laat. Vooral dat laatste was problematisch, want de avonduren bracht ik door op de tweede ring van het hoofdstedelijke Olympisch Stadion. Dat was toen nog niet de gáve ontmoetingsplaats van latte-met-havermelk drinkende pseudo-Amsterdammers, maar een betonnen kolos, bijna zeventig jaar eerder getekend door Jan Wils. Een sober man. Dus geen dak. Dat het in het Olympisch Stadion naar pis rook, verbaasde niemand. Dat Ajax er met 2-0 van AC Milaan won, was veel minder gebruikelijk. Maar daar gaat het vandaag niet om. Vandaag gaat het om Ruud Gullit. Ik ben nooit een groot bewonderaar van Gullit geweest, noch van de voetballer, noch van de trainer. Om over de analyticus maar te zwijgen. Maar op die avond, vandaag precies een kwart eeuw geleden, was hij in grootse vorm. Niet omdat hij zich tijdens de wedstrijd wist te onderscheiden, integendeel. Nee, Ruud had de overwinning al op zak vóór het eerste fluitsignaal had geklonken. Eerder die zomer was de voormalige aanvoerder van het Nederlands Elftal persona non grata geworden bij het Nederlandse publiek. Het had iets te maken met het WK in de Verenigde Staten. Daar was het nogal warm, wist Ruud, en hij vond dat je daarom niet iedere wedstrijd heel hard naar voren moest rennen. Toen bleek dat de bondscoach daar minder zwaar aan tilde, leek het hem...
eagle

eagle

Time keeps on slippin’ slippin’ slippin’ into the future. Er zijn in de loop van de eeuwen subtielere versregels geschreven, maar die woorden van Steve Miller meanderen zo nu en dan mijn hoofd in en weten dan meestal een tijd lang de weg naar buiten niet meer. Nu ook weer. Time keeps on slippin’ slippin’ slippin’ into the future is de eerste zin van Fly Like An Eagle. Op een donderdagavond in oktober 1976 kocht ik met mijn ouders een paar schoenen bij de Bata in Den Haag en ik kreeg er gratis een single bij. Ik had ook voor Ome Arie van Connie Vandenbos of Daddy Cool van Boney M kunnen kiezen, maar het werd Fly Like An Eagle. In mijn polder volgde ik vanochtend met de verrekijker een bruine kiekendief toen er pardoes een roerdomp het beeld in vloog. Daar is nog nooit een liedje over geschreven, laat staan dat er een wereldberoemde band naar genoemd is. Terwijl ook de roerdomp een prachtige vogel is en welbeschouwd een stuk prettiger in de omgang, als je geen kikker bent. Het is meer dan veertig jaar geleden dat ik er een tegenkwam. Hij is namelijk nogal verlegen, de roerdomp. Jammer dat zo’n vogel er geen idee van heeft wat hij met mijn dag heeft gedaan. Bij adelaars ligt dat anders, denk ik, die genieten van de aandacht. Daarin lijken ze op labradors. Maar alleen...
terrorisme

terrorisme

De mensen zijn bang voor terrorisme. Niet geheel onbegrijpelijk. Dus geven we veel geld uit aan het bestrijden en voorkomen ervan. In de mooie stad Florence vielen de laatste jaren aanzienlijk minder gewonden en doden door aanslagen (die waren er namelijk niet) dan door afbrokkelende gevelornamenten van historische gebouwen. Volgens de plaatselijke kranten lieten de afgelopen jaren al diverse bewoners en bezoekers van de stad het lieven nadat ze geraakt waren door stukjes en stukken historisch bouwmateriaal. Gisteren viel een deel van de gevel van het Palazzolo Rucellai naar beneden. Het miste mij op een haar na. (Preciezer geformuleerd: enkele uren eerder liep ik door een straat die daar niet zo ver vandaan is.) Misschien zou het voor ieders veiligheid méér effect hebben als we onze publieke miljoenen investeren in het restaureren van oude gebouwen – of het slopen en vervangen ervan – dan in het opwerpen van barricades tegen allerlei exotisch gespuis. Waar de Florentijnen graag en veel geld aan besteden, is voetbal. Deze week nog schafte de plaatselijke AC een bejaarde Franse aanvaller aan die de afgelopen jaren in afnemende mate furore maakte in Beieren. Ze verwachten heldendaden van hem, als we op de euforische koppen in de sportkranten mogen...
jack, jeroen, jackie en joan

jack, jeroen, jackie en joan

Omdat de adrenaline maar niet wil wijken, kijk ik vanochtend de samenvatting van Nederland-Zweden nog maar eens terug. Voordat de verbijsterd juichende, huilende en elkaar bespringende speelsters me opnieuw een brok in de keel kunnen bezorgen, meen ik opeens te horen dat Jeroen Elshof een JackvanGeldermomentje (“Ik heb opeens zo’n gevoel dat we in de halve finale gaan komen. Dennis Bergkamp. Dennis Bergkamp. Dennis Bergkamp. etc.”) te pakken heeft. Gisteravond, tijdens de wedstrijd, was het me niet opgevallen, maar nu hoor ik de commentator van dienst terwijl Daniëlle van de Donk de bal afspeelt naar Vivianne Miedema, die het leer vervolgens doorschuift naar Jackie Groenen, zeggen: “Het voelt alsof het moment voor Oranje dichterbij komt.” Even later zie ik het echte fragment van de goal terug en dan blijkt dat Elshof zijn voorspellende zin helemáál niet op dat moment heeft uitgesproken; terwijl Jackie de bal feilloos aanneemt en het prachtige rechterbeen naar achteren strekt om uit te halen, is Jeroen nog iets aan het mompelen over knäckebröd. Bij de NOS, wanhopig op zoek naar een nieuwe Jack, hebben ze dus ordinair zitten knippen en plakken. Ik voel me enigszins voor de gek gehouden, maar vooruit, de NOS kan het goedmaken. Het is al lang tijd voor een vrouwelijke commentator en dit is het moment om er werk van te maken. Voor de finale van zondag is de eerste naam die bij me opkomt die van Joan. Joan...
strand

strand

Op 6 juni 1984 had ik autorijles. Terwijl ik de blauwe Mitsubishi (Mitsiboetsjie, volgens mijn rij-instructeur) door de regenachtige straten van Eindhoven stuurde, sprak op de radio president Ronald Reagan. Hij was in Normandië. Vandaag is het namelijk vijfendertig jaar geleden dat het veertig jaar geleden D-day was. Van zijn visie op de wereld moest ik weinig hebben, maar Reagan was een fijne spreker. Hij had een mooie dictie en praatte kalm, overtuigend en op de juiste toonhoogte. Zijn toespraak op Omaha Beach maakte indruk op me, maar ik was vergeten waarom. Vanochtend even teruggekeken in de Reagan Library op YouTube (toespraak begint op 3:08). Toen wist ik het weer. De president gebruikt grote woorden over heldenmoed en opoffering, maar vertelt ook een klein verhaal, over een dochter en een vader. Reagan ontroert en is ontroerd. Of speelt ontroerd, want een acteur houdt nooit op met spelen. Maar Reagan was op latere leeftijd een heel goede acteur, dus dan geeft het niet. Ook vandaag spreekt de president van de Verenigde Staten op het strand van Normandië. Mijn verwachtingen zijn niet hooggespannen, maar dat kan aan het weer...
bijl

bijl

De meeste mensen zullen vandaag vooral denken aan Heel Holland Bakt of aan De Groenten Van Hak. Ik niet. Op het allereerste grammofoonplaatje dat ik had, stond een sprookje over een elfje. Elfje Twaalfje. De stem die het verhaal vertelde, was mooi en geruststellend. Veilig. Maar je werd er ook nieuwsgierig van. Heel lief wekte ze de indruk dat je niet altijd hoefde te doen wat je gezegd werd. Brutaal, maar niet onaardig. Ondeugend zonder dat het gevaarlijk werd. Ruim veertig jaar later leg ik bij de plaatselijke supermarkt een pak chocoladekoeken in mijn boodschappenmandje. Naast mij zegt een vrouw: “Och, die vind ik ook zo lekker.” De stem komt rechtstreeks uit de pick-up van Philips, die in mijn ouderlijk huis stond. Mijn vader is naar kantoor en aan tafel schilt mijn moeder aardappelen. Het regent, maar niet heel hard. Elfje Twaalfje. Ik glimlach en knik, maar zeg niets, bang om door haar heen te...
nieuwbouw

nieuwbouw

Ik was vandaag met mijn hond in het huis waar ik werd geboren. Voordat ik naar binnen ging, liepen we een stukje de straat uit, langs een sloot die daar vroeger niet was. Waar nu het water is, lag vroeger ons voetbalveld. Tegenover De Nieuwbouw. Mijn vriendjes en ik zagen De Nieuwbouw met lede ogen verrijzen. Een ongeordend terrein met bosjes vol zelfgemaakte hutten en door onze fietsen uitgesleten paadjes moest ervoor wijken. Ik had gehoopt dat er houthakkers met zagen en bijlen aan te pas zouden komen. In plaats daarvan trok een bulldozer in een paar uur tijd al het groen uit de grond en veegde het op een hoop. ‘Daar gaan de boompies’, zei een buurman, die er onbewogen naar stond te kijken. Even vermoedde ik dat hij iets zou doen, maar hij bleef staan, met zijn handen in zijn zakken. Ik dacht aan de oorlog. Die had ik niet meegemaakt, maar ik dacht er toch aan. De eerste maanden nadat de bosjes waren opgeruimd, was De Nieuwbouw nog steeds een speelterrein, maar nu met heel andere mogelijkheden dan voorheen. Wanneer er werd gewerkt, keken we van een afstandje naar de vrachtwagens die af en aan reden, naar de draaiende cementmolens en naar de metselende metselaars. Specie die tussen bakstenen vandaan kloddert en met een troffel wordt weggeveegd; ik kan nog steeds geen moorkop of tompouce eten zonder eraan te denken. Aan het eind van de middag en in het weekend namen wij bezit van de bouwplaats. Dat mocht niet, maar de verlokkingen van een verlaten stad waren onweerstaanbaar. We klommen op steigers, lieten ons zakken in...
uithijgen

uithijgen

Een onrustig ritje, vandaag rond het middaguur. Ik stap in de wagen, claxonneer nog even naar de enthousiast voor het raam zwaaiende ouders, slaak een diepe zucht en schakel Radio 1 in. Grote opwinding. Crisis in Utrecht, de stad waarnaar ik toevallig net onderweg ben. De presentator spreekt van schoten in een tram, de datum 24 oktober komt regelmatig voorbij en vaker dan mij lief is hoor ik een gedetailleerde beschrijving van iemand die onder een wit laken ligt. Onze premier haast zich ‘naar kantoor’ en spreekt van een ‘verontrustende situatie’. Een verslaggever ter plaatse stelt met hoorbare teleurstelling vast dat bij het op de grond liggende slachtoffer ‘de kleur rood ontbreekt’ en dat het daarin allemaal behoorlijk verschilt van de beelden ‘uit het buitenland’. Bij gebrek aan ander nieuws krijgt hij ruimschoots de tijd om onbekommerd verder te mopperen: ‘Terreur met explosies, rookwolken en zwaar beschadigde voertuigen is het niet. Ik zie ook geen sporen van kogels die dwars door zo’n tram zijn gevlogen.’ Tegen zoveel tegenslag is geen mens opgewassen. Terwijl ik Utrecht nader, wordt het er niet beter op. Bij wat iedereen inmiddels een aanslag noemt, zijn waarschijnlijk drie doden te betreuren. De voormannen en een enkele voorvrouw van onze democratie haasten zich om te verklaren dat het ongepast is om vanavond met elkaar in debat te gaan. In de Domstad worden scholen, bedrijven en openbare gebouwen gesloten. Zwaarbewapende soldaten patrouilleren op het Binnenhof. Blijf binnen, adviseert de politie. Bij Oudenrijn kom ik in een file terecht. Later op de middag, wanneer de premier na een tijdje op kantoor wat tot zichzelf gekomen is, spreekt hij...
beweging

beweging

In mei 1985 kwam de paus naar Nederland. Als ik mijn recente geschiedenis van de katholieke kerk een beetje op orde heb, was dat de aanleiding voor de oprichting van de Acht Mei Beweging. Vooruitstrevende gelovigen die vonden dat het allemaal wel wat minder streng mocht, in die kerk van hun. (Ik schreef bijna: kerk van ons.) Ik moest eraan denken omdat het in de Italiaanse kranten deze week steeds gaat over de zich voortslepende kabinetsformatie, waarin M5S een belangrijke rol speelt. M5S. Movimento 5 Stelle. Ook een beweging dus. Als je je beweging officieel Beweging noemt, moet je er eigenlijk ook een beweging bij bedenken, vind ik. Bij de vijfsterrenbeweging denk ik aan iets met een hoog opgeheven hand, waarvan de vijf vingers gestrekt zijn, die dwarrelend naar beneden komt en dan eindigt in je eigen haar om daar vervolgens even doorheen te woelen. Dat laatste als een eerbetoon aan de weelderig warrige haardos van de oprichter, Beppe Grillo. De Acht Mei Beweging vraagt om subtiel heupwiegen, om de kerk in zichzelf en van zichzelf los te schudden, maar dan wel met gespreide armen, om te refereren aan het pausbezoek, waarmee het allemaal begon. Ik geloof dat de Acht Mei Beweging zichzelf al een tijdje terug heeft opgeheven wegens gebrek aan belangstelling. Zouden de grondleggers zich al tijdens de rondritten en openbare Heilige Missen van de paus die devoot sensuele heupzwaai eigen hebben gemaakt, dan zou de organisatie nu nog springlevend...