wegkijken

wegkijken

Sinds een paar weken -of zijn het inmiddels maanden?- staat het in een kwaad daglicht. Politici van links tot rechts, hoogleraren, schrijvers, sociologen, politicologen en criminologen, ze vinden allemaal dat je van alles kunt en mag doen zolang je je dáár maar niet schuldig aan maakt. Het is de bijl aan de wortel van onze beschaving, het hellend vlak boven het verval, de open deur naar het einde. Wegkijken. Dat mag dus niet meer. Jammer, want ik doe het veel en graag. Wegkijken is iets dat we vaker zouden moeten doen. Wegkijken moet. Doe je het niet, dan is een beetje aangenaam en zorgeloos leven eigenlijk niet te doen. De gemiddelde Nederlander heeft al na pakweg 20 jaar een hoeveelheid genante uitspraken, onbeantwoorde liefdes, onverstandige beslissingen en beschamende politieke stellingnames achter de rug waar geen weldenkend mens met een rein geweten en een tevreden gevoel op kan terugkijken. Tegen de tijd dat je de middelbare leeftijd bereikt, is wegkijken een kwestie van leven of dood geworden. Over wegkijken moet je niet te licht denken. Het Dick Bruna-effect; het ziet er makkelijk uit, maar dat is het niet. Wegkijken is een kunst, waarin alles draait om de details. Doe je het te pas en te onpas, in het wilde weg, ongenuanceerd of op de verkeerde momenten, dan krijg je iedereen over je heen. En dan is er geen wegkijken meer aan. Oppassen geblazen dus. De meest indrukwekkende wegkijker aller tijden is Marcus Junius Brutus. Het is 15 maart in het jaar 44 voor Christus. Wanneer Brutus samen met wat vrienden druk bezig is de regeerperiode van Julius Caesar drastisch in te korten, herkent het slachtoffer hem. De voormalige veldheer vraagt zich hardop af of al dat...