afrikanen en acacia’s

afrikanen en acacia’s

Italië is een leerzaam land. Zeker voor mensen die geloven in simpele oplossingen voor het vluchtelingenprobleem. Kijk even mee op de kaart. Je hoeft er niet heel lang naar te staren om te zien dat ‘grenzen dicht’ niet veel gaat opleveren. Een kustlijn van 7.600 kilometer, daar zet je niet even een hek voor. Rijd daarna met me mee, de berg op. Ik doe dat bijna elke dag één of twee keer. Tijdens voorgaande zomers kwam er in de tweeënvijftig verraderlijke bochten nooit iets anders op mijn weg dan een paar tegenliggers, een enkele ree en wat everzwijnen. Soms een das, ’s nachts. Dit jaar is anders. Met enige regelmaat moet ik op weg naar boven of beneden uitwijken voor een Afrikaan. Ik wist natuurlijk wel dat ze niet allemaal gezellig op de stranden van Lampedusa en Sardinië waren blijven zitten, maar om de een of andere reden had ik me niet gerealiseerd dat ik ze hier, op deze berg, zou tegenkomen. Weer wat geleerd. Ga vervolgens naar een supermarkt en je ontdekt een nieuwe, informele bedrijfstak die je professionele hulpvaardigheid zou kunnen noemen. Zodra je met je boodschappen naar buiten stapt, komen een of twee grote, donkere mannen op je af. Nee, nee, niet om je te beroven -waarom dacht je dat?- maar om je levensmiddelen veilig naar je auto te brengen en in de achterbak te leggen. Voor de inrichting van mijn werkkamer was ik vorige week bij de IKEA van Florence en terwijl ik naar mijn autosleutels zocht, stond een van de talloze Afrikaanse zzp’ers die daar op de parkeerplaats werkzaam zijn al naast me om...
hek

hek

Dat is het gekke met hekken. Zodra er een is, ontstaat de behoefte eroverheen te klimmen. Wie over een béétje gezonde nieuwsgierigheid beschikt, wil onmiddellijk weten wat er aan de andere kant van het hek is. Het pad liep steil naar beneden en de hond en ik dus ook. Dwars door het bos, in geen velden of wegen een huis of een akker te zien die de moeite van het beschermen waard zou zijn. Toch was daar opeens dat hek. Het bestond uit grote stalen rasters die ik alleen ken van betonnen vloeren, kort voordat ze betonnen vloeren worden. Het dook links naast het pad op en terwijl we verder afdaalden, bleef het daar. Het hek liep als het ware met ons mee. Voordat het hek er was, had ik eerlijk gezegd nauwelijks naar links gekeken. Het pad was rotsachtig en modderig tegelijk, zodat ik vooral moest kijken waar ik mijn voeten neerzette. Op zo’n oppervlak zijn viervoeters in het voordeel – geen wonder dat de homo erectus, die nog niet over asfalt beschikte, is uitgestorven. Ik dwaal af. Nu dat hek er stond, keek ik dus wél voortdurend naar links. Het leek een bos als alle andere, maar er moest iets bijzonders mee zijn. Anders was niet iemand op het idee gekomen om met honderden stalen gevaartes over dit voor auto’s onbegaanbare pad te gaan sjouwen. Wat een werk was dat geweest. Nee, dat hek stond ergens omheen, dat kon niet anders. Hekken doen dus precies het tegenovergestelde van wat de hekkenzetter voor ogen heeft. Ze houden je niet weg, maar trekken je juist aan. Mij ook. Ik...