schudden

De laatste dag van januari is een peildatum. Als het dan nog niet vriest en er is ook nog geen vorst van betekenis in het vooruitzicht, kunnen we het schudden. We kunnen het schudden....

acht uur

Een jongen van negentien loopt met een neppistool de studio van de NOS binnen en eist tien minuten zendtijd. Hij wordt naar een lege studio geloodst en babbelt daar een eindje voor zich uit over ‘hele grote wereldzaken’. Wanneer er een paar politieagenten binnenkomen, laat de jongen met een spijtige blik zijn wapen vallen. Bij het NOS Journaal zijn ze door het dolle heen. Eindelijk. Een Aanslag. Bij ons in huis! En dus krijgt de jongeman veel meer zendtijd dan de tien minuten waar hij om vroeg. Dit nieuws gaat de hele wereld over, kraait de opgewonden verslaggever. Maar zo mal wordt het gelukkig ook weer niet. Je schouders ophalen en doorgaan met je werk. Daar waren we goed in, heel lang...

boomkruiper

Er gaan maanden voorbij dat ik geen boomkruiper zie. En de dochter heeft volgens mij nog nooit een boomkruiper gezien. Toch verbaast het haar dat ik mijn zakelijke telefoongesprek onderbreek om haar aandacht op het vogeltje te vestigen. Dat verbaast mij dan...

oude vriend

Ik ben een expert in heimweegerelateerde kwesties. Mijn oudste herinneringen hebben te maken met heimwee. Een kampeerweekend met het voetbalteam in Ockenburg. Logeren bij oom Frans en tante Hermine in Tilburg. De eerste dagen op de Pius X School. Jeugdherinneringen. Maar het mooie van heimwee is dat het niets met je leeftijd te maken heeft. Ik heb er nog net zo veel last van als veertig jaar geleden. Afstand speelt ook geen rol. Egypte is weliswaar vragen om moeilijkheden en Japan al helemaal, maar ook tijdens een zakelijke bespreking in Amsterdam kan je oude vriend opeens voor je neus staan. Sorry, ik moet weg. Koffie uit mijn eigen keuken. Wandelen met de hond. Met iemand praten die er álle begrip voor heeft dat je onmiddellijk naar huis wilt. Dat is wel het laatste dat je moet overkomen als je heimwee hebt. Dan gaat het namelijk niet weg. En het moet wel weg, want je houdt er niets aan over dan spijt en schulden....

ground control

Achttien jaar geleden reed ik de Elfstedentocht. Een week daarvoor had de mobiele telefoon zijn intrede gedaan in mijn leven. Een baksteen met een antenne. Vanuit het verre Friesland kon ik op ieder moment laten weten waar ik was. Thunderbirds are go. Ons huis werd Ground Control en hield de rest van de wereld op de hoogte van de positie van Major Tom. Tell my wife I love her very much, she knows. Helaas gaf de batterij van het uiterst geavanceerde stukje mobiele technologie bij Franeker de geest en verkeerde mijn schare volgers vanaf dat moment urenlang in tergende onzekerheid over mijn lot. Het geduld van mijn vader was tegen die druk niet bestand. Nadat hij in de loop van de middag regelmatig was geïnformeerd over de gang van zaken, bleven de updates in de avonduren uit. Ten einde raad pakte hij zelf de telefoon en vroeg op verontwaardigde toon om opheldering. Destijds was de dochter van de Elfstedenrijder precies vier weken oud. Nu is ze achttien jaar en zes weken en gaat ze op weg om via Schiphol, Philadelphia, Miami en Santa Cruz in Sucre, Bolivia te arriveren. Haar grootvader neemt het zekere voor het onzekere en besluit de informatievoorziening over die tocht niet aan derden over te laten. Hij heeft bij de Held van ’97 alle vluchtnummers opgevraagd en het laatste deel van de route, waarvan de gegevens even niet voorhanden waren, heeft hij zelf opgezocht. Vervolgens vliegt hij een etmaal lang online, als een straaljagerpiloot die een Boeing begeleidt, met zijn kleindochter mee. Even na half vier kan hij als eerste melden dat US Airways flight AA922 veilig geland...

bewusteloos

Eigenlijk viel het nog wel mee. Er werd behoorlijk veel gelachen, vooral om en door de vier vriendinnen die zich als lama’s en Inca’s hadden vermomd en cerveza-met-tequila hadden meegebracht. Ik hield er nog even rekening mee dat het hele gezelschap wel eens gearresteerd zou kunnen worden voor het meebrengen van alocoholische dranken in gevaarlijk glaswerk. Maar nee. Knots-gek-ke situaties waarover je jaren later nog hi-la-ri-sche verhalen kunt vertellen doen zich nu eenmaal zelden voor wanneer je ze eerst zelf bedenkt. Er waren ook tranen, want dat kan niet anders en het hoort ook zo. Maar niet van mij. Wanneer ik een dag later uit mijn emotionele bewusteloosheid ontwaak, vraag ik me af waarom ik bij zo’n afscheid niet in huilen uitbarst. Misschien omdat ik wil zien hoe alle anderen zich houden. Wat natuurlijk niet kan. Misschien omdat ik mijn zorgvuldig voorbereide laatste woorden -die natuurlijk positief en indrukwekkend en inspirerend zijn en als ze er jaren later aan terugdenkt zonder twijfel het mooiste dat er die héle ochtend gezegd is- niet wil vergeten. Wat natuurlijk toch gebeurt. Nee. Ik laat de waterlanders aan anderen over omdat ik mijzelf het minst vertrouw van iedereen daar in die vertrekhal. Omdat ik het meest van iedereen vind dat ze gewoon thuis moet blijven. Maar het gaat nu even niet om mij. Bovendien had ik dat dan maar eerder moeten...

struikrovers

‘Het bevalt me uitstekend achter geen enkel vaandel aan te gaan en als een vrij mens in het land der letteren te lopen. Ik verkies in dit opzicht de struikrovers boven de geregelde troepen.’, schreef Isabella van Tuyll van Serooskerken in 1800. Haar voortuin was voor ons jarenlang de ideale plek om verjaardagen, mooie zomeravonden en andere al dan niet bedachte hoogtijdagen te vieren. Totdat het restaurant waar we dat deden een andere eigenaar kreeg. Die maakte korte metten met de wat rommelige kaart en het aangenaam oubollige meubilair en sindsdien zijn we gebrouilleerd. Op deze zonnige winterochtend zitten de hond, twee dochters en ik er weer, na een rondje om Isabella’s achtertuin. Ik praat met een van de dochters, de andere dochter hoest er van tijd tot tijd doorheen. Het is vandaag, maar ook al een beetje morgen....

checkpoint charlie

Checkpoint Charlie – Zo wilde ik deze blog aanvankelijk noemen, omdat de bedoeling ervan was dat ik zou bijhouden wat ik hier in het eerste halfjaar van 2015 zoal zie en meemaak, terwijl zij daar is. Maar dagelijks lukt nu al niet meer en waarom zou je eigenlijk een blog schrijven voor één lezer? Vandaag is het toch een beetje Checkpoint Charlie. Ze beleeft haar laatste werkdag bij het restaurant dat staat op de plek waar eeuwen geleden in Het Zwarte Varken recht werd gesproken. We gaan er een borrel drinken en de hoofdpersoon is vanzelfsprekend hevig ontroerd. Zo kennen we haar weer. Tien of misschien wel twintig jaar geleden heb ik hier met wat eigen en wat geleende kinderen nog eens een pannenkoek (toen nog pannekoek) gegeten. Twee tafels verderop zat een andere vader, met twee kinderen. Het was geen fraai schouwspel. Uit de manier waarop hij keek, praatte en zat sprak niets dan tegenzin. Natuurlijk ging ook op die tafel de limonade om en kwam er minstens evenveel stroop op broeken en jurkjes terecht als op de pannenkoeken. Net als bij ons. Maar aan onze tafel bleef het gezellig, omdat ik dat besloten had. Ik heb me zelden zo superieur...

anne

Anne is een toneelstuk dat gemaakt lijkt voor mensen die nooit naar toneel gaan, hooguit naar een musical. Dat is gelukt. Ik denk dat het ook gemaakt is voor mensen die niet vaak een boek lezen. Dat is ook gelukt. Zo’n tachtig procent van de mensen in de zaal heeft Het Achterhuis niet gelezen, schat ik naar aanleiding van een kleinschalig marktonderzoek op basis van een niet-representatieve steekproef. Ik vind dat verrassend, maar dat is het natuurlijk helemaal niet. De voorstelling is een visueel spektakel van de eerste orde. Je wordt er zelfs een beetje duizelig van, zegt in de pauze een mevrouw tegen haar dochter, terwijl ze aan de bar cola drinkt uit een glas dat lijkt op een zware kristallen bloemenvaas. Anne op een terras in Parijs, ná de oorlog. Dat is een vondst. Het is bijna jammer dat die wordt afgebroken omdat ook nog verteld moet worden hoe het echt afliep. Dat verhaal ken ik al, maar de meeste mensen in het publiek niet. Die zijn onder de indruk. Je moet van goeden huize komen om dat níet te zijn, wanneer je dit verhaal voor het eerst hoort....

familie

Toen ik klein was, verdiepte mijn oom Frans zich in de stamboom van de familie. Tijdens een van de sporadische bezoeken die we brachten aan mijn vaders ouderlijk huis, waar mijn oom tot op de dag van vandaag woont, vertelde hij in de immer donkere voorkamer, dat hij onze wortels had weten te volgen tot in de zeventiende eeuw. Met die mededeling moesten we het doen. Hij noemde wat namen en jaartallen en dat was het. Tijdens weken en maanden van onderzoek was hij er blijkbaar niet in geslaagd ook maar één enkel verhaal te vinden dat de moeite van het onthouden, laat staan vertellen, waard was. Ik nam me onmiddellijk voor om dat prutswerk later nog eens dunnetjes over te doen. Uiteraard in de hoop dat de onvermoeibare doorzetter die ik dacht te worden bij het uitpluizen van de archieven op talloze heroïsche, hartverscheurende en scabreuze details zou stuiten. Een duizelingwekkende kroniek van het roemruchte geslacht der Van Mieghems zou het worden. Had ik dat voornemen uitgevoerd, dan was ik vroeg of laat wellicht een kunstenaar tegengekomen die aan het eind van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw in Antwerpen woonde. Eugeen van Mieghem was een eigenwijze en redelijk getalenteerde jongeman die het havenkwartier met zijn kroegen, zeelieden en landverhuizers vastlegde in tekeningen en schilderijen. Zijn succes was bescheiden, net als zijn talent. En net toen hij, al bijna veertig jaar oud, een beetje internationale erkenning begon te krijgen, klonk in Sarajevo het startschot voor De Groote Oorlog en hadden ze in Vlaanderen en de rest van Europa wel iets anders aan hun hoofd dan een sociaal bewogen kleurboek. Veel van zijn werk is bewaard gebleven, maar het kwam niet op de...

is this the real life?

 Ik was twaalf jaar oud toen Hilversum 3 voor het eerst Bohemian Rhapsody draaide. Reden genoeg om een jaar of drie lang fan van Queen te zijn. Na die drie jaar had ik het wel gehoord en kon ik verder. In de band waarin ik nu speel, ben ik de nestor, al zie je dat niet. Doordat de anderen in de band jonger zijn, weten ze niet hoe dat veel te lange, veel te theatrale nummer in 1975 klonk. Ze hebben zich niet kunnen verbazen over het ongewone, het nog nooit vertoonde. Toen zij in hun tienerjaren voor het eerst naar Queen luisterden, was Bohemian Rhapsody al een klassieker. En klonk het dus per definitie anders. Misschien dat ze daarom Queen nog altijd serieus nemen. Dat daarom de genezing achterwege bleef. Op verzoek van de drummer spelen we sinds een paar weken Don’t Stop Me Now. Ik kan er mijn gezicht moeilijk bij in de plooi houden. Is dat omdat het een lachwekkend nummer is of omdat wij het lachwekkend slecht...

tuinbroek

Op een middag in augustus 1979 duwde ik de klapdeuren open die toegang gaven tot de vierde verdieping. Ik liep het lokaal van Molenkamp in voor de eerste les Frans in de vijfde klas van het vwo. Thuis noemden ze het atheneum. Misschien omdat dat moest van de Mammoetwet, maar waarschijnlijk vooral omdat het bijna net zo klassiek klonk als gymnasium, hoewel het zich daar juist van onderscheidde doordat er helemaal niets klassiek aan was. Ik zocht naar een lege plaats en vond die achter in de klas, naast een jongen die een tuinbroek droeg en schuin onderuitgezakt over zijn stoel hing. Achterwerk op de voorkant van de zitting, schouderbladen tegen de rugleuning. Veelbelovend. Hij was nieuw in mijn klas, maar ik kende hem vaag, van een afstand, op het schoolplein, in de gang. Een jaar ouder dan ik, want eerst havo gedaan. Dat was geen reden om op hem neer te kijken. Integendeel. De havo-instromers waren over het algemeen een stuk cooler en streetwiser dan wij, probleemloze vwo-leerlingen. Waar ik de kans kreeg, zocht ik hun gezelschap en probeerde ik eventuele tribale twisten in de kiem te smoren. Misschien heb ik het dat jaar wat overdreven; met een van de voormalige havo-leerlingen heb ik vier kinderen gekregen en woon ik al bijna dertig jaar samen. Ze heeft net gekookt en zit naast me te eten. Een andere, die met de tuinbroek, is vanavond ook aangeschoven, tegenover me. In de vijfendertig jaar sinds Molenkamp hebben hij en ik gedachteloos naar voetbalwedstrijden gekeken, ademloos naar de beste bands op aarde geluisterd, achteloos onwaarschijnlijke hoeveelheden sigaretten, bier en wijn weggewerkt, doelloos door de heuvels van Tennessee en Georgia gereden, slapeloos op een parkeerplaats in Parijs overnacht, laveloos op het strand van Villeneuve-Loubet gelegen en nodeloos over...

prikdokter

In Zuid-Amerika is de kwaliteit van het wegdek ongetwijfeld niet overal om over naar huis te schrijven. Maar in De Meern hebben we het ook niet makkelijk. Het is de bedoeling dat ik de dochter en haar vriendin om 9 uur in de ochtend naar Huisartsenpraktijk De Weerark breng voor de laatste inenting. Kilometers lang negeer ik eenrichtingverkeersborden en tal van hulpvaardige burgers die mij daar heftig gesticulerend op proberen te wijzen. Om twee minuten voor negen draai ik de Alfa 159 voor de deur van de prikdokter om en parkeer ik de wagen keurig in de juiste...

gebakken vis

Het jaar begint koud in Mechelen. De ochtend is eindelijk een keer niet grijs en onbestemd, maar lichtblauw en helder. De zon klimt en daar knappen de heuvels, de weilanden en de randen van het bos zienderogen van op. De vader, de dochter en de hond ook. Een paar uur later heffen we het glas op de fameuze Familienieuwjaarsborrel. Met het distribueren der boekenbonnen zitten in vijf minuten tijd alle verjaardagen van 2015 erop. Zo doe je dat. En dan bijpraten. Twee uur is voldoende, want je moet niet overdrijven. Aan alles komt een eind, maar vóór je het weet zal het 1 januari 2016 zijn. Gelukkig maar. In Gouda is het ook Nieuwjaar en is bijpraten niet nodig. Er is helemaal niets nodig en dat is heel goed. “Zoals jij met die hond omgaat, dat is echt overdreven, Arie.” “Dat komt omdat jullie thuis nooit dieren hebben gehad, Mary. Ja, op vrijdag. Gebakken...