game-changer

game-changer

Nog maar een week geleden moest ik aan Henk Krol denken als ik naar mijn Oude Hond keek. Net als Henk heeft mijn Oude Hond het beste voor met de jeugd, zolang ze hem maar ongestoord van zijn ouwe dag laten genieten . Sinds afgelopen zaterdag is alles anders. We hebben er lang op moeten wachten, maar eindelijk was’ie er dan: de game-changer in de verkiezingsstrijd, met dank aan een opgewonden mevrouw en een paar politieagenten. Van de weeromstuit kreeg hier in huis de Oude Hond plotseling de uitstraling van een staatsman. Mijn Oude Hond heeft heel wat te stellen met de vreemdeling die sinds een kleine twee weken in ons huis asiel heeft gevonden. Om zijn grotere soortgenoot te overtuigen van zijn charmes, hangt de Jonge Hond regelmatig aan de oren van zijn grote voorbeeld. Bovendien betreedt hij brutaalweg de mand van de Oude Hond, zelfs als hem dat uitdrukkelijk wordt verboden. Soms hoop ik dat de Oude Hond eens flink van zich af bijt. Dat zien wij als mensen nu eenmaal graag: een gezagsdrager die zijn autoriteit laat gelden. En dat mijn Oude Hond gezaghebbend is, daar kan geen twijfel over bestaan. Toen onze regering zaterdag ferm reageerde op het doorzichtige getreiter van een heetgebakerde aspirant-dictator, was ik daar aanvankelijk heel tevreden over. Eigen schuld dikke bult, dacht ik. Gelukkig heeft mijn Oude Hond wat meer langetermijnvisie dan ik. Hij moet nog jaren met die druktemaker door één deur en je weet nooit hoe je elkaar nog eens nodig hebt. Dus beperkt hij het handhaven van zijn gezag meestal tot een gedecideerd duwtje met een voorpoot. De...
henk

henk

Ik keek naar mijn Oude Hond en moest aan Henk Krol denken. Waarmee ik niet bedoel dat Henk Krol op een oude hond lijkt, laat ik dat er maar meteen bij zeggen. Sinds een paar dagen hebben we een een jonge asielzoeker in huis. Zo’n type dat hier rondloopt alsof alles van hem is, gebruik wil maken van alle faciliteiten en verwacht dat op tijd zijn eten klaar staat. Hij heeft nogal wat moeite met onze manier van leven en dat laat hij merken door zo nu en dan iets kapot te maken. Ik denk dat dat eerder met zijn taalachterstand te maken heeft dan met normen en waarden. Ruimhartig en enthousiast als ik ben, probeer ik onze jonge vriend te helpen in zijn zoektocht naar het geluk. Ik stel grenzen, maar over het algemeen ga ik vriendelijk en welwillend met hem om. Mijn Oude Hond is minder toeschietelijk. Wanneer de nieuwkomer met hem in gesprek wil gaan of even tegen hem aan wil liggen, keert hij hem demonstratief de rug toe. Ik geloof niet dat mijn Oude Hond iets tegen jongeren heeft. Ook van vooroordelen tegen viervoeters met een andere kleur vacht heb ik nooit iets gemerkt. Mijn Oude Hond is een groot voorstander van ontplooiingsmogelijkheden voor de jeugd. Zo lang we hem en zijn oudedagsvoorzieningen maar met rust laten. Of is dat te veel...