chocoladeletter

chocoladeletter

Het is 5 december 1970, misschien 1971. Pakjesavond. Er zijn twee zakken nodig om alle pakjes te kunnen bezorgen. We zijn met z’n zevenen en de magere jaren liggen achter ons, vandaar. Behalve veel cadeautjes krijgen we allemaal een chocoladeletter. Maar daar hebben we maar heel even plezier van. Voordat we er na het uitpakken mee naar onze kamers kunnen ontsnappen, verdwijnen ze achter een deurtje van de grote eikenfineerkast die de halve wand in onze woonkamer beslaat. Wanneer je de volgende dag een kopje uit de kast pakt, kijk je tegen een stapel van acht chocoladeletters aan. Acht. We krijgen allemaal één letter, maar mijn moeder krijgt er twee. Eén van zichzelf en één van mijn vader. Zelf koopt ze de B van Bep, van hem krijgt ze de H van Huberta. Een Droste. Die is groter en duurder en later die week zeggen minstens twee mensen dat je dat ook wél kunt proeven, zeg. Wij eten onze chocoladeletters niet in één keer op. Daar zou je maar misselijk van worden en het is zonde. Om dergelijk onheil te voorkomen, is er een Chocoladeletterritueel. Met regels. In de dagen die volgen op pakjesavond verdeelt mijn moeder iedere avond na het eten één letter in zeven stukken. Met een mes van Keltum maakt ze ondiepe kerven in de chocolade. Is de voorgestelde verdeling na kritische inspectie door een meerderheid geaccordeerd, dan duwt ze het mes met kracht op zes plaatsen door de chocolade. Ze kijkt er verbeten bij en ook een beetje angstig. Misschien omdat een wegspringende chocoladesplinter haar van het gezichtsvermogen zou kunnen beroven. Of omdat het mes...
paniek

paniek

Panic is no option. Zo heet één van de liedjes die schrijver Dave Eggers heeft verzameld op 30 Days 30 Songs, in een poging nog een paar aarzelende landgenoten ervan te overtuigen toch maar niet op de Republikeinse presidentskandidaat te stemmen. Eggers is een veel te goede en sociaal bewogen auteur om zijn motieven in twijfel te trekken, maar terwijl ik naar de afspeellijst luister, vraag ik me af wat hij denkt te bereiken. Ik vind het nogal lastig me voor te stellen hoe de denkwereld eruit moet zien van een Amerikaan die serieus overweegt om een stampvoetend kind aan te wijzen als opperbevelhebber van het leger, maar ik vermoed dat hij of zij doorgaans niet een paar uur uittrekt om aandachtig te luisteren naar goedbedoelde linksige liedjes. Buitengewoon goeie liedjes hoor, daar niet van. Kijk en luister maar even. Maar toch. Of hij die baan nu krijgt of niet, er gaan dinsdag nogal veel mensen stemmen op iemand die geestelijk niet helemaal stabiel is, om het voorzichtig te formuleren. Een rood aangelopen dreumes die al bij het begin van het spel ‘Oneerlijk!’ roept, voor het geval hij verliest. Het deed mij ergens aan denken. Iets dat zich dichter bij huis afspeelt. Ik ging gisteravond rustig slapen in de wetenschap dat paniek inderdaad geen optie is. Maar toen ik vanochtend wakker werd, was ik de andere opties even...