chocoladeletter

Het is 5 december 1970, misschien 1971.
Pakjesavond.
Er zijn twee zakken nodig om alle pakjes te kunnen bezorgen. We zijn met z’n zevenen en de magere jaren liggen achter ons, vandaar. Behalve veel cadeautjes krijgen we allemaal een chocoladeletter. Maar daar hebben we maar heel even plezier van. Voordat we er na het uitpakken mee naar onze kamers kunnen ontsnappen, verdwijnen ze achter een deurtje van de grote eikenfineerkast die de halve wand in onze woonkamer beslaat. Wanneer je de volgende dag een kopje uit de kast pakt, kijk je tegen een stapel van acht chocoladeletters aan.
Acht.
We krijgen allemaal één letter, maar mijn moeder krijgt er twee. Eén van zichzelf en één van mijn vader. Zelf koopt ze de B van Bep, van hem krijgt ze de H van Huberta. Een Droste. Die is groter en duurder en later die week zeggen minstens twee mensen dat je dat ook wél kunt proeven, zeg.

Wij eten onze chocoladeletters niet in één keer op. Daar zou je maar misselijk van worden en het is zonde. Om dergelijk onheil te voorkomen, is er een Chocoladeletterritueel. Met regels. In de dagen die volgen op pakjesavond verdeelt mijn moeder iedere avond na het eten één letter in zeven stukken. Met een mes van Keltum maakt ze ondiepe kerven in de chocolade. Is de voorgestelde verdeling na kritische inspectie door een meerderheid geaccordeerd, dan duwt ze het mes met kracht op zes plaatsen door de chocolade. Ze kijkt er verbeten bij en ook een beetje angstig. Misschien omdat een wegspringende chocoladesplinter haar van het gezichtsvermogen zou kunnen beroven. Of omdat het mes zou kunnen uitschieten en zij van oneerlijkheid kan worden beticht.

Nu moet één van ons zich omdraaien. Omstaan noemt mijn moeder dat – ik weet niet of dat woord bestaat of dat ze het zelf heeft bedacht. Ze wijst op een van de stukken en vraagt: voor wie is dit? De afgewende noemt een naam en hij of zij krijgt het aangewezen stuk uitgereikt. Als namennoemer heb je een hele verantwoordelijkheid; wat je doet is onomkeerbaar. Wanneer je alle namen hebt genoemd, draai je je om en zijn de stukken chocolade verdwenen, ook dat van jou. Een onschuldig grapje, maar het went nooit.

Tot half december eten we chocoladeletters. De welvaart van de jaren zeventig wordt bij ons in huis genoten met de zuinigheid van de jaren vijftig. Ook dan al is het een gedateerde vorm van zelfbeheersing, want al mijn vriendjes vergrijpen zich zonder enige terughoudendheid helemaal alleen aan hun letter. Sommigen nemen hem zelfs mee naar school, waar ze er in het speelkwartier grote happen van nemen om daarna met bruine mondhoeken weer de klas in te gaan. Ordinair. Maar lékker!

– – –

Sint was dit jaar vroeg, in huize Kalm&Waardig. Ik at net het laatste stukje van de chocoladeletter die ik gisteravond kreeg. Niet van Droste, maar van Tony’s Chocolonely. (Die merknaam heb ik nooit begrepen, maar dat overkomt me wel vaker met iets dat heel succesvol is.) 180 gram fairtrademelkchocolade in minder dan tien minuten. Je wordt er misselijk van en het is zonde.