hug

hug

Twee dagen geleden stortte ik na een onhandige manoeuvre een paar honderd meter van een Alp. Ik stond op, klopte de sneeuw van me af en genoot van het uitzicht. Even later leverde de Dochter, die over meer techniek en tegenwoordigheid van geest beschikt dan ik, mijn linkerski bij me af. Die was een heel eind hoger op de berg tot stilstand gekomen. Monter, kalm en waardig vervolgden wij onze weg. Later die dag besloten we de laatste afdaling met een hug. En daar wilde ik het even over hebben. In betrekkelijk korte tijd is de hug erin geslaagd hoi, hallo en houdoe volledig te overvleugelen. Tienervriendinnen begroeten elkaar steevast met een innige omhelzing, vaak vergezeld van een paar getrippelde pasjes, een gilletje of een ‘aaahhh’, met iets van ontroering. Voetballers geven na de wedstrijd geen hand meer, maar drukken hun tegenstanders stevig aan de borst. Bij de plaatselijke bakker vroeg ik onlangs om een croissant, waarop het winkelmeisje beide armen om me heen sloeg en me even zachtjes heen en weer wiegde. We leven in gepassioneerde tijden. (Voordat we verder gaan: hug spreek je uit als huch of als huk. Zeg je hâgh, dan ben je een aansteller. Het is niet anders.) Gisteravond maakte de hug zijn entree op ministerieel niveau. Een bewindsman kondigde aan dat hij naar Zijne Majesteit de Koning zou gaan om zijn ontslag aan te bieden. (Wat moet het heerlijk zijn om die prachtige tekst één keer te mogen uitspreken!) Daarna viel de minister volgens het ochtendblad ‘geëmotioneerd minister-president Mark Rutte in de armen’. Hm. Werkelijk? Ik zag iets anders. De minister had zojuist...