zeventig

Het was een dag als alle andere, zo’n dag waarop alles anders werd.

Ruim veertig jaar geleden leerde ik hem kennen. Hij was bijna dertig, ik nog geen zestien. We wisten nog maar weinig zeker, al pretendeerden we bijna dagelijks het tegenovergestelde.

In de decennia daarna maakten we het nodige mee. Hij iets meer dan ik. Veranderen deden we niet. Of nauwelijks. Maar ik iets meer dan hij.

De rest van de wereld had het niet zo in de gaten, maar toen ik voor het eerst van hem hoorde, viel me op dat hij het alleen tegen mij had. Jaren later niet meer, zelfs niet toen ik met hem praatte en hem in de ogen kon kijken. Het was niet erg, alles wat er werkelijk toe deed had ik al lang daarvoor van hem gehoord.

Sombere mannen zijn we. Hij en ik. Maar in het voorjaar van 1979 had ik daar nog geen idee van. Ik merkte het pas later. Eerst bij mijzelf, daarna bij hem. Inmiddels hebben we het aan de ketting gelegd, die verduisterde manier van naar de wereld kijken. Zo goed mogelijk, zo lang als het duurt.
Talent helpt.
Bewondering ook.
Succes.
Geluk.
Geld.
Een mooie vrouw.
Wilskracht.
We hebben het allebei, zij het niet in dezelfde mate.

Het is een verjaardag als alle andere, zo’n dag waarop alles anders wordt.