uithijgen

uithijgen

Een onrustig ritje, vandaag rond het middaguur. Ik stap in de wagen, claxonneer nog even naar de enthousiast voor het raam zwaaiende ouders, slaak een diepe zucht en schakel Radio 1 in.
Grote opwinding.
Crisis in Utrecht, de stad waarnaar ik toevallig net onderweg ben. De presentator spreekt van schoten in een tram, de datum 24 oktober komt regelmatig voorbij en vaker dan mij lief is hoor ik een gedetailleerde beschrijving van iemand die onder een wit laken ligt. Onze premier haast zich ‘naar kantoor’ en spreekt van een ‘verontrustende situatie’.

Een verslaggever ter plaatse stelt met hoorbare teleurstelling vast dat bij het op de grond liggende slachtoffer ‘de kleur rood ontbreekt’ en dat het daarin allemaal behoorlijk verschilt van de beelden ‘uit het buitenland’. Bij gebrek aan ander nieuws krijgt hij ruimschoots de tijd om onbekommerd verder te mopperen: ‘Terreur met explosies, rookwolken en zwaar beschadigde voertuigen is het niet. Ik zie ook geen sporen van kogels die dwars door zo’n tram zijn gevlogen.’ Tegen zoveel tegenslag is geen mens opgewassen.

Terwijl ik Utrecht nader, wordt het er niet beter op.
Bij wat iedereen inmiddels een aanslag noemt, zijn waarschijnlijk drie doden te betreuren.
De voormannen en een enkele voorvrouw van onze democratie haasten zich om te verklaren dat het ongepast is om vanavond met elkaar in debat te gaan.
In de Domstad worden scholen, bedrijven en openbare gebouwen gesloten.
Zwaarbewapende soldaten patrouilleren op het Binnenhof.
Blijf binnen, adviseert de politie.
Bij Oudenrijn kom ik in een file terecht.

Later op de middag, wanneer de premier na een tijdje op kantoor wat tot zichzelf gekomen is, spreekt hij de geschrokken natie toe. ‘Als het inderdaad om terreur gaat, is dat een aanval op onze beschaving, op onze tolerante, open samenleving.’ Geen speld tussen te krijgen, maar als het nou eens niet om terreur gaat, wat dan? En wat is dat eigenlijk precies, terreur? De samenleving terroriseren kun je óók doen door uit vrachtwagens en winkels te stelen, agenten te bespugen en vrouwen te verkrachten – ik noem maar een paar willekeurige misdragingen. De vraag is of de minister-president daar zijn werkzaamheden voor moet onderbreken.

Ondertussen heeft ook de Eerste Burger van Utrecht van zich laten horen: ‘Dat deze dag zo wreed anders zou lopen dan iedereen had voorzien, schokt de stad, maar ook het buitenland.’ Het lijkt me een mooie gelegenheid om nog eens te refereren aan het internationaal geroemde fietsbeleid van de stad, maar die kans laat de burgervader lopen.

Het is zo’n dag waarop níets lukt.