moed

moed

Van tijd tot tijd ontvang ik per e-mail een nieuwsbrief van een enthousiaste onderneming in de consultatiebranche. Heerlijk om te lezen. Al is het maar omdat ik de adviseurs in kwestie al jaren op de voet volg, maar nog altijd niet heb kunnen ontdekken wat ze nu eigenlijk doen voor de kost. Of maken. De verhalen en afbeeldingen in de mailings en op de achterliggende website geven een fascinerend inkijkje in het leven van de consultants. Stuk voor stuk leiden ze een enerverend bestaan, waarin ze veranderingen omarmen, grenzen verleggen en zichzelf dag in dag uit verrijken. Geestelijk, uiteraard. Om het kort en eigentijds te zeggen: deze levenskunstenaars doen bij voortduring gáve dingen. Meestal héél vroeg en héél ver weg. Met dikke, felgekleurde jacks aan en sneeuw in hun baard. Op plekken waar de elementen vrij spel hebben en je doorlopend weidse vergezichten voorgeschoteld krijgt. Ik denk dat ze ook allemaal een bucketlist hebben. Een lange, vermoedelijk. In de mailing van vandaag heeft mijn favoriete adviesfabriek een confronterende vraag voor me. Wat is jouw moedmotief? Moedmotief. Ik heb geen flauw idee en dat is niet zo best. Want volgens de enigszins meanderende tekst, gekruid met hier en daar een subtiel taalfoutje, is het belangrijk om het duidelijk te hebben. Het heeft iets te maken met de valkuilen van je emoties en irrationaliteit, je verstand gebruiken en voorkomen dat je verkeerde beslissingen neemt. Je moedmotief is de drijfveer die je in staat stelt moed te tonen. Tja. Zo had ik het nog niet bekeken. Over een paar weken is er een congres annex inspiratiemiddag, waarop een heuse Poolreiziger verteld (sic)...
intocht

intocht

Vooruit dan maar. Kalm en Waardig mengt zich voor één keer in de zwartepietdiscussie en daarna houden we ermee op. Niet alleen met de discussie, maar met het hele Sinterklaasgedoe. Laten we eerlijk zijn: de lol is er af. Omdat in ieder mens een apologist schuilt, heb ik nog een tijdje volgehouden dat er niks mis was met die zwarte knecht. Maar toen Gerda van Sesamstraat het ruim dertig jaar geleden eens rustig en vriendelijk aan me uitlegde, begreep ik dat er een verschil is tussen gevoel voor traditie en stijfkoppigheid. Bij anderen kwam het inzicht wat later, toen het er al lang niet meer rustig en vriendelijk aan toe ging. Vandaag de dag willen nog een paar dubieuze landgenoten vasthouden aan de jaarlijkse viering van een chic stukje vaderlandse geschiedenis. Van een racistische inborst heb je een leven lang plezier en het komt in de beste families voor; niets om je voor te schamen.  Hoe dan ook, voor mij hoeft het niet meer zo nodig. Laat de intocht van de Goedheiligman maar zoiets worden als de Oranjemarsen in Noord-Ierland; een mooie gelegenheid voor fanatici om elkaar te provoceren en de hersens in te slaan. Gaan wij ondertussen met de kleintjes ergens anders iets gezelligs doen. Hier op zolder liggen twee prachtige kostuums van Sint en Piet, compleet met staf, zo goed als nieuw. Voor € 500,- af te halen. Niet goedkoop, maar een bedenkelijke hobby mag wat kosten, toch? Zo. Opgelost. Tijd om verder te gaan en ons druk te maken over echte problemen. Wat dachten we van een vlag in het...
een jaar verder

een jaar verder

Is een jaar genoeg om ergens aan te wennen? Ja, voor de meeste veranderingen is een jaar ruim voldoende. Een paar voorbeelden.   – Een hond in huis. Prima te doen in een jaar. Een paar weken is eigenlijk al genoeg.  – De muis van de computer bedienen met je linkerhand. Je zou verwachten dat zoiets na een jaar of dertig een onoverkomelijke hindernis vormt, maar nee hoor, valt reuze mee. In een handomdraai gebeurd.  – Een andere auto. Ook opmerkelijk. Jarenlang heb je onderweg de meest intieme plekjes van je oude vertrouwde Italiaan blindelings gevonden, maar binnen een dag betast je de nieuwe Fransman alsof je ‘m al jaren kent. Het is van een ontnuchterende trouweloosheid, maar het is niet anders.  – Een baard. Ik ken pseudo-hipsters bij wier aanblik ik na járen nog in de lach schiet. Maar mijn eigen ongeschoren kaken voelden al binnen een paar dagen als thuiskomen.   – Een WK zonder Oranje. Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat we er na zo’n negentig minuten helemaal overheen zijn.  – Dochters met tattoos. Ik kijk er niet naar uit. Maar liefde overwint alles, dus ik zal er niet meer dan vijf minuten voor nodig hebben.  Maar alles? Nee. Niet álles went in een jaar....
circus

circus

Basisschool De Windwijzer in Almere is vandaag niet dicht, zoals veel andere scholen, maar de kinderen krijgen ook geen les. In plaats daarvan organiseert de school een ‘circusdag’. Ik houd niet van circus. Gematigd enthousiast was ik dan ook, toen de Dochter, die destijds in groep 3 of 4 zat, zich aanmeldde voor een Circuscursus. Maar omdat je als positief ingestelde ouder áltijd achter je kind staat, stemde ik ermee in. Twaalf woensdagmiddagen lang zouden twee enthousiaste jonge juffen haar de fijne kneepjes van het circusvak bijbrengen. Met een heuse Voorstelling als afsluitende les en onvermijdelijk hoogtepunt. Toen de grote dag aanbrak, ging ik met enige tegenzin het rommelige zaaltje in dat dienst deed als piste. Mijn verwachtingen waren niet hooggespannen. Van kinderen van een jaar of zes maak je in drie maanden tijd geen volleerde acrobaten, verbluffende jongleurs en hilarische clowns, dat begreep ik ook wel. Helaas bleek de lat nóg lager te liggen dan ik al vreesde. Een blond jongetje dat met een bang gezicht op een eenwieler ging zitten, werd met twee handen vastgehouden en viel na anderhalve meter gestuntel met juf en al om. De Domme August keek doelloos om zich heen en was blijkbaar twaalf weken lang niet op de hoogte gesteld van het feit dat hij geacht werd om onhandig of grappig te zijn. De Dochter jongleerde – met één kegel. En die bevond zich vaker op de grond dan in de lucht. Na een kwartier was het gelukkig al voorbij. De helft van het hooggeëerde publiek wist nog een mager applausje voort te brengen, de andere helft staarde verbijsterd voor zich uit....
schijn

schijn

Deel 3 in de serie Treurige Taferelen – – – Ik staar door het raam naar buiten als ze de hoek om komen en de straat in lopen. Hij loopt. Zij huppelt. Hij heeft haar net van school gehaald, denk ik; het is iets na twaalven. Terwijl zij haar staartjes op en neer springt, zegt ze, praat ze, zingt ze, vertelt ze, vraagt ze, lacht ze. Ik kan de woorden niet onderscheiden, hoor alleen de klanken. Hij ziet haar niet en hoort haar nauwelijks. Zijn blik wijkt geen moment van de telefoon die hij schuin voor zijn borst houdt. (Wacht even, wacht even, denkt hij, zoals ik ook dacht, zo vaak, dit duurt niet lang, niet meer dan een ogenblik, alleen nu, even maar, terwijl we in deze straat lopen, verder niet, langer niet, wacht nog heel even.) Dan zijn ze bij de andere hoek, het einde van de straat, en weg. De zon schijnt onverstoorbaar verder en de schaduwen schijnen niet te...
verduistering

verduistering

Een maandag in augustus, twee weken geleden. Bij het vallen van de avond kijken we naar een berg, waar op dat moment de volle maan achter vandaan klimt. Er is een hapje uit. Uit de maan, niet uit de berg. Omdat we in tijden leven waarin je op alles voorbereid moet zijn, maken we ons even ongerust, maar het blijkt te gaan om een onschuldige maansverduistering. “Wat is dat nou precies, een maansverduistering?” Hoewel de Dochters volwassen zijn, wenden ze zich bij vragen van groot belang nog altijd tot mij. Dat voelt goed, maar meestal is de vreugde van korte duur. Interplanetaire kwesties zijn niet mijn sterkste kant en onafwendbaar keuvel ik mijzelf in rap tempo de problemen in. “De schaduw van de aarde valt dan op de maan.” Net op internet opgezocht. Ik breng het overtuigend, al zeg ik het zelf. “Maar als het halve maan is en zo, dan is dat toch óók omdat de schaduw van de aarde op de maan valt?” Daar gaan we al. Geen flauw idee. “Nee, dan zie je alleen het deel van de maan waar de zon op schijnt.” Gelul in de ruimte, maar tot mijn verbazing kom ik er mee weg. Ik neem me direct voor nu eindelijk eens uit te zoeken hoe het precies in elkaar zit, want er zit een zonsverduistering aan te komen en dat levert natuurlijk weer lastige vragen op. Vandaag is het zover. Het evenement is toegewezen aan de Verenigde Staten en de symbolische waarde daarvan ontgaat niemand. Uiteraard heb ik me wéér niet ingelezen. De maan schuift voor de zon, zo ver kom ik...
deuren

deuren

Hoe oud ze precies waren, onze schuurdeuren, weet ik niet. Waar ze vandaan kwamen wel. Op een mooie zondagmiddag, een jaar of acht geleden, stond er een man bij het tuinhek die zich voorstelde als een voormalige bewoner van ons huis. Eén van de vele. Hij vertelde dat hij onze schuurdeuren persoonlijk uit het ouwe AZU had verwijderd. Stevige deuren waren het, met ramen van groen figuurglas. Precies wat hij zocht voor de steeg naast het huis, waar hij een schuur van wilde maken. Hij had er nauwelijks iets aan hoeven vertimmeren, ze konden er zo in. Onze schuurdeuren kwamen dus uit het Academisch Ziekenhuis aan de Utrechtse Catharijnesingel, dat in 1989 verhuisde naar het universiteitscomplex van de Uithof en waar een paar maanden later de eerste Dochter werd geboren, maar dat laatste doet niet terzake, althans nu even niet. Het gebouw van het AZU ging open in 1871, maar zo oud waren de deuren niet, vermoed ik. Het is waarschijnlijker dat ze dagelijks open en dicht zijn gegaan vanaf 1924 of 1925, toen het ziekenhuis flink werd verbouwd en uitgebreid. Na hun enorme verdiensten voor de medische en academische wereld ontsnapten ze in 1989 dus aan de slopershamer en mochten ze van hun pensioen gaan genieten in een rustige woonbuurt. Een kalm bestaan als stijlvolle toegangspoort naar een schuur, die bijna twintig jaar later de onze zou worden. Geen kermende patiënten meer in meedogenloze ijzeren ziekenhuisbedden, hooguit een duwtje met de fietsband van een humeurige puber. Je kunt het op je oude dag slechter treffen als deur. Toen ik hun geschiedenis eenmaal kende, ging ik nog behoedzamer met...
als het begint te regenen

als het begint te regenen

Een bruin t-shirt en een ruim vallende spijkerbroek onttrokken zijn truckerspostuur grotendeels aan het oog. Hij zat op een eenvoudige houten stoel. Had die in een willekeurig café gestaan, dan zou de man die erop zat geen mens zijn opgevallen. Maar de stoel stond op het podium van het oude Tivoli, aan de Oudegracht in Utrecht. En de spot belichtte niet alleen zijn dunner wordende haar en het blikje bier naast hem op de grond, maar ook een paar uitzinnige, blauwe snakeskin boots. Nu, bijna drieëntwintig jaar later, zie ik ze nog voor me; ik heb er die avond ruim een uur lang met mijn neus bovenop gestaan. Het was 8 november 1994 en Jimmy was een man met een missie. Hij was naar Utrecht gekomen om ons met behulp van een gitaar en een stem uit duizenden mee te voeren naar peilloze diepten. Samen met Randy, die naast hem met een akoestische bas al even onopvallend zat te wezen, pakte hij ons zachtjes bij onze mentale lurven en die waren weker dan we wisten. Een onnavolgbare inleiding in de kunst van het treuren. In de jaren die volgden trok Jimmy er ook wel eens op uit om lol te maken. Hij nam dan een band mee en speelde rock-‘n-roll. Dat hield ik meestal niet lang vol. Hij was bepaald niet de beste vertolker van dat genre, maar het was vooral een miskenning van zijn opdracht hier op aarde. Waarom zou je mensen laten lachen als je ze ook kunt laten huilen? Tivoli is al een paar jaar dicht en sinds eergisteren is ook Jimmy er niet meer. Aan...
game-changer

game-changer

Nog maar een week geleden moest ik aan Henk Krol denken als ik naar mijn Oude Hond keek. Net als Henk heeft mijn Oude Hond het beste voor met de jeugd, zolang ze hem maar ongestoord van zijn ouwe dag laten genieten . Sinds afgelopen zaterdag is alles anders. We hebben er lang op moeten wachten, maar eindelijk was’ie er dan: de game-changer in de verkiezingsstrijd, met dank aan een opgewonden mevrouw en een paar politieagenten. Van de weeromstuit kreeg hier in huis de Oude Hond plotseling de uitstraling van een staatsman. Mijn Oude Hond heeft heel wat te stellen met de vreemdeling die sinds een kleine twee weken in ons huis asiel heeft gevonden. Om zijn grotere soortgenoot te overtuigen van zijn charmes, hangt de Jonge Hond regelmatig aan de oren van zijn grote voorbeeld. Bovendien betreedt hij brutaalweg de mand van de Oude Hond, zelfs als hem dat uitdrukkelijk wordt verboden. Soms hoop ik dat de Oude Hond eens flink van zich af bijt. Dat zien wij als mensen nu eenmaal graag: een gezagsdrager die zijn autoriteit laat gelden. En dat mijn Oude Hond gezaghebbend is, daar kan geen twijfel over bestaan. Toen onze regering zaterdag ferm reageerde op het doorzichtige getreiter van een heetgebakerde aspirant-dictator, was ik daar aanvankelijk heel tevreden over. Eigen schuld dikke bult, dacht ik. Gelukkig heeft mijn Oude Hond wat meer langetermijnvisie dan ik. Hij moet nog jaren met die druktemaker door één deur en je weet nooit hoe je elkaar nog eens nodig hebt. Dus beperkt hij het handhaven van zijn gezag meestal tot een gedecideerd duwtje met een voorpoot. De...
henk

henk

Ik keek naar mijn Oude Hond en moest aan Henk Krol denken. Waarmee ik niet bedoel dat Henk Krol op een oude hond lijkt, laat ik dat er maar meteen bij zeggen. Sinds een paar dagen hebben we een een jonge asielzoeker in huis. Zo’n type dat hier rondloopt alsof alles van hem is, gebruik wil maken van alle faciliteiten en verwacht dat op tijd zijn eten klaar staat. Hij heeft nogal wat moeite met onze manier van leven en dat laat hij merken door zo nu en dan iets kapot te maken. Ik denk dat dat eerder met zijn taalachterstand te maken heeft dan met normen en waarden. Ruimhartig en enthousiast als ik ben, probeer ik onze jonge vriend te helpen in zijn zoektocht naar het geluk. Ik stel grenzen, maar over het algemeen ga ik vriendelijk en welwillend met hem om. Mijn Oude Hond is minder toeschietelijk. Wanneer de nieuwkomer met hem in gesprek wil gaan of even tegen hem aan wil liggen, keert hij hem demonstratief de rug toe. Ik geloof niet dat mijn Oude Hond iets tegen jongeren heeft. Ook van vooroordelen tegen viervoeters met een andere kleur vacht heb ik nooit iets gemerkt. Mijn Oude Hond is een groot voorstander van ontplooiingsmogelijkheden voor de jeugd. Zo lang we hem en zijn oudedagsvoorzieningen maar met rust laten. Of is dat te veel...
onderkasten

onderkasten

ik dacht ik moet ze alles in de wereld laten zien maar toen bleek een zwarte lijn genoeg en vier kleuren vijf misschien net toen ik wou beginnen over gevaar verdriet en pijn had hij ze alles al verteld met de traan van een...
hug

hug

Twee dagen geleden stortte ik na een onhandige manoeuvre een paar honderd meter van een Alp. Ik stond op, klopte de sneeuw van me af en genoot van het uitzicht. Even later leverde de Dochter, die over meer techniek en tegenwoordigheid van geest beschikt dan ik, mijn linkerski bij me af. Die was een heel eind hoger op de berg tot stilstand gekomen. Monter, kalm en waardig vervolgden wij onze weg. Later die dag besloten we de laatste afdaling met een hug. En daar wilde ik het even over hebben. In betrekkelijk korte tijd is de hug erin geslaagd hoi, hallo en houdoe volledig te overvleugelen. Tienervriendinnen begroeten elkaar steevast met een innige omhelzing, vaak vergezeld van een paar getrippelde pasjes, een gilletje of een ‘aaahhh’, met iets van ontroering. Voetballers geven na de wedstrijd geen hand meer, maar drukken hun tegenstanders stevig aan de borst. Bij de plaatselijke bakker vroeg ik onlangs om een croissant, waarop het winkelmeisje beide armen om me heen sloeg en me even zachtjes heen en weer wiegde. We leven in gepassioneerde tijden. (Voordat we verder gaan: hug spreek je uit als huch of als huk. Zeg je hâgh, dan ben je een aansteller. Het is niet anders.) Gisteravond maakte de hug zijn entree op ministerieel niveau. Een bewindsman kondigde aan dat hij naar Zijne Majesteit de Koning zou gaan om zijn ontslag aan te bieden. (Wat moet het heerlijk zijn om die prachtige tekst één keer te mogen uitspreken!) Daarna viel de minister volgens het ochtendblad ‘geëmotioneerd minister-president Mark Rutte in de armen’. Hm. Werkelijk? Ik zag iets anders. De minister had zojuist...
muziek met een migratieachtergrond

muziek met een migratieachtergrond

Die trompet blijft maar blazen. De eerste noot is een b en dan volgt een lange, lange, lánge c. Het is geen call to arms, ook geen oproep tot gebed, maar urgent klinkt het wel. Je moet nú komen, het feestje dreigt heel prettig uit de hand te lopen, dit maak je niet snel meer mee, je wilt het echt niet missen. Zoiets. Mensen met een migratieachtergrond. Als ik een jaar of zeventien ben, hebben we er daar in het Westland al heel wat van. Ze heten nog gewoon gastarbeiders en we hebben zelden iets met ze te maken. Eigenlijk zie je ze alleen als je op zaterdag of in de vakantie anjers snijdt of tomaten plukt. Muziek met een migratieachtergrond, daar hebben we zo mogelijk nog minder mee te maken. Whole Lotta Rosie van AC/DC, Paradise By The Dashboard Light van Meatloaf, School van Supertramp; dáár krijg je bij VELO de dansvloer mee vol. VELO staat voor Verdedig En Loop Op en is een voetbalclub die in 1930 met goedkeuring van kapelaan Berding werd opgericht in de rooms-katholieke enclave, die Wateringen in het protestantse Westland was. Een halve eeuw later is de kantine van de kapelaan uitgegroeid tot het grootste dranklokaal van de streek. Zeven dagen per week geopend, zolang het voetbalseizoen duurt. Eens in de drie weken draait daar Drive-in Disco Tarantula. Saturday Night Fever, maar dan zonder discobol, strakke broeken, openstaande overhemden en tegenwindkapsels. In plaats daarvan spijkerbroeken, houthakkershemden en veel turbulentie door rondzwiepend jongenshaar. Welkom in de Glazen Stad. Met jazz, soul of funk hoef je op een zweterige bieravond in Wateringen niet aan te...
chocoladeletter

chocoladeletter

Het is 5 december 1970, misschien 1971. Pakjesavond. Er zijn twee zakken nodig om alle pakjes te kunnen bezorgen. We zijn met z’n zevenen en de magere jaren liggen achter ons, vandaar. Behalve veel cadeautjes krijgen we allemaal een chocoladeletter. Maar daar hebben we maar heel even plezier van. Voordat we er na het uitpakken mee naar onze kamers kunnen ontsnappen, verdwijnen ze achter een deurtje van de grote eikenfineerkast die de halve wand in onze woonkamer beslaat. Wanneer je de volgende dag een kopje uit de kast pakt, kijk je tegen een stapel van acht chocoladeletters aan. Acht. We krijgen allemaal één letter, maar mijn moeder krijgt er twee. Eén van zichzelf en één van mijn vader. Zelf koopt ze de B van Bep, van hem krijgt ze de H van Huberta. Een Droste. Die is groter en duurder en later die week zeggen minstens twee mensen dat je dat ook wél kunt proeven, zeg. Wij eten onze chocoladeletters niet in één keer op. Daar zou je maar misselijk van worden en het is zonde. Om dergelijk onheil te voorkomen, is er een Chocoladeletterritueel. Met regels. In de dagen die volgen op pakjesavond verdeelt mijn moeder iedere avond na het eten één letter in zeven stukken. Met een mes van Keltum maakt ze ondiepe kerven in de chocolade. Is de voorgestelde verdeling na kritische inspectie door een meerderheid geaccordeerd, dan duwt ze het mes met kracht op zes plaatsen door de chocolade. Ze kijkt er verbeten bij en ook een beetje angstig. Misschien omdat een wegspringende chocoladesplinter haar van het gezichtsvermogen zou kunnen beroven. Of omdat het mes...
paniek

paniek

Panic is no option. Zo heet één van de liedjes die schrijver Dave Eggers heeft verzameld op 30 Days 30 Songs, in een poging nog een paar aarzelende landgenoten ervan te overtuigen toch maar niet op de Republikeinse presidentskandidaat te stemmen. Eggers is een veel te goede en sociaal bewogen auteur om zijn motieven in twijfel te trekken, maar terwijl ik naar de afspeellijst luister, vraag ik me af wat hij denkt te bereiken. Ik vind het nogal lastig me voor te stellen hoe de denkwereld eruit moet zien van een Amerikaan die serieus overweegt om een stampvoetend kind aan te wijzen als opperbevelhebber van het leger, maar ik vermoed dat hij of zij doorgaans niet een paar uur uittrekt om aandachtig te luisteren naar goedbedoelde linksige liedjes. Buitengewoon goeie liedjes hoor, daar niet van. Kijk en luister maar even. Maar toch. Of hij die baan nu krijgt of niet, er gaan dinsdag nogal veel mensen stemmen op iemand die geestelijk niet helemaal stabiel is, om het voorzichtig te formuleren. Een rood aangelopen dreumes die al bij het begin van het spel ‘Oneerlijk!’ roept, voor het geval hij verliest. Het deed mij ergens aan denken. Iets dat zich dichter bij huis afspeelt. Ik ging gisteravond rustig slapen in de wetenschap dat paniek inderdaad geen optie is. Maar toen ik vanochtend wakker werd, was ik de andere opties even...