Geen idee waar ik aan moet denken, op de vierde mei om acht uur ’s avonds. Terwijl de oorlog toch heel dichtbij is; één springlevende generatie verderop. Mijn vader heeft ‘m enthousiast en intensief beleefd, inclusief een langdurig verblijf in de hoofdstad van het Reich. Maar omdat hij 70 jaar geleden heelhuids en betrekkelijk onbekommerd weer naar huis wandelde, liet ’40-’45 in ons huis niet de sporen na die in veel andere gezinnen nog heel lang te vinden en te merken waren. Dat gebrek aan voorouderschade speelt mij tijdens die twee minuten waarschijnlijk parten. Of ik heb een concentratieprobleem, dat kan natuurlijk ook.
Op een steenworp afstand van mijn huis liggen in het plaveisel een paar kleine, vierkante stenen met een bovenkant van messing, waarin namen en jaartallen te lezen zijn. De Duitse kunstenaar Gunter Demnig, die ze er heeft neergelegd, noemt ze Stolpersteine. Ze zijn op duizenden plaatsen in Europa te vinden, altijd bij huizen van mensen die het einde van de oorlog niet hebben gehaald.
Stolpersteine. Struikelstenen. Je struikelt er niet letterlijk over, ze vallen zefs nauwelijks op. Demnig laat je alleen struikelen als je dat zelf wilt. Ik weet bijna zeker dat de meeste mensen er dagelijks langs of overheen lopen zonder te weten dat ze er liggen. Precies zoals het moet; de geschiedenis is er alleen voor wie haar wil zien.
Dorie Blau was drie jaar oud en blijkbaar was het mooi geweest. Ik vind haar terug op de website Joods Monument. In zwart-wit, uiteraard. Ik zal vanavond om acht uur eens proberen of ik me haar in kleur kan voorstellen.
Keep me in your heart for a while, zong Warren Zevon kort voordat hij doodging. Een bescheiden verzoek; twee minuten is al heel wat.