brug

Ik herinner me maar weinig van mijn tijd in Leiden. Die tijd duurde ook niet zo lang, maar toch.

Tijdens de ElCid-week logeerde ik bij mijn zus, die toen een paar kilometer buiten de stad in een klein huisje aan de Vliet woonde, verscholen tussen riet en bomen. De mensen vragen mij wel eens bezorgd naar de dochter die helemaal alleen in Zuid-Amerika is. Maar hoe hebben mijn ouders het in godsnaam goed kunnen vinden dat hun enige dochter dáár woonde, moederziel alleen met haar kat?

Op een middag in de introductieweek gaf een hoogblonde jongeman die met mij in het ElCid-groepje zat, mij bovenop een van de bruggen over het Rapenburg een enorme klap op mijn schouder en riep met een onontkoombaar Minerva-accent: “Paul, kerel! Het studentenleven lacht je toe. Grijp het met beide handen aan!” Het enige dat ik kon bedenken was: wegwezen!

AFSCHEID 4

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *